Excess vrij vertaald buitensporigheid. Het opzoeken van grenzen, overkoepelend in het onderzoek.

Dit concept ligt onder de hele methode. Werken met a/r/tography betekent dat je de grenzen opzoekt, als mens en in alle drie de onderzoeksterreinen, in woord en in beeld. Het vraagt veel en genereert veel. Het is daarmee veeleisend en zoekt steeds extremen.

Zoeken naar extremen, voordat mijn onderzoek begin, vond ik het vooral in het maken van beelden. Op zoek naar het randje, en daar net op of overheen. Zoeken naar vervreemding in beeld blijf ik een uitdaging vinden. Multi-interpretabelheid van een beeld vind ik boeiend, evenals de dialoog die daaruit vaak ontstaat bij de analyse van het beeld. Het scheppen van een beeld is zoeken naar de beste versie ervan. Door compositie, uitsnede, contrast en kleur. Ik merk ik door het doen van onderzoek een extremere versie van mezelf word. Doelgericht, overal iets achter of bij zoeken. Op zoek naar de beste versie van mijn onderzoek, en van mezelf. Ik merk dat ik elke minuut dat ik niet bezig ben met het onderzoek als een verloren minuut beschouw. Maar aan de andere kant is het juist de methode a/r/tography die ervoor zorgt dat je elk moment van de dag met je onderzoek bezig kan zijn. Soms heel intens, maar vaak ook onbewust komt er wat op mijn pad wat linkt aan mijn onderzoek.

Onderzoek middels a/r/tography heeft mij verscherpt als onderzoeker, kunstenaar en docent, maar ook als mens. Vooral omdat deze vorm van onderzoek een levende vorm is, die je dagelijks en overal in terug kan vinden. Daarom zou deze vorm van onderzoek ook goed passen bij het ontwikkelen van visuele geletterdheid. In onze huidige beeldcultuur is het een vorm van kennisoverdracht die je dagelijks en overal in tegenkomt. Middels de methode a/r/tography ontstaat een leidraad om de informatiestroom te reguleren, maar met voldoende vrijheid voor alle andere invalshoeken die op het pad komen. Juist in het opzoeken van de grenzen ontstaat nieuwe informatie.